Stromingen binnen de psychologie

In dit artikel worden de hoofd stromingen binnen de psychologie toegelicht zowel hun kenmerken als onderliggende verschillen komen aan bod

Veel van deze stromingen belichten een bepaalde kant en omvatten niet het geheel (is geen holistische benadering). De combinatie van deze therapieën ( dus het multi causale model) biedt een mooie behandelmogelijkheid. Zelf geef ik psychosociale therapie die o.a. gebaseerd is op Gestalt therapie, psycho synthese, systemisch werk, lichaamswerk en het boeddhisme. In vergelijking met onderstaande therapieën, herken ik een essentieel onderdeel in de humanistische psychologie; de insteek om iemand vanuit oprechtheid en acceptatie te benaderen en te stimuleren om te worden wie je in wezen bent ( vooral veel afleren dus en leren te vertrouwen op je authentieke kern) en het ontwikkelen van bewustzijn van waaruit de vrije wil kan ontstaan.

1. Psychoanalyse:

De Psychoanalyse is ontwikkeld door Sigmund Freud, eind 19e eeuw. In deze stroming worden lichamelijke klachten verklaard vanuit psychogene oorzaken. Centraal in de psychoanalyse staat het idee van verdringing van emotionele ervaringen. Door Freud wordt dit opgevat als energieën die door de psyche uit het bewustzijn worden verdrongen naar het onbewuste, maar wel blijven bestaan. Deze energie zoekt een uitweg, en veroorzaakt zo pathologische fysieke symptomen, zoals de hysterie.

Enkele volgelingen, die later afweken van de oorspronkelijke leer, zijn Adler en Jung. Modernere volgelingen zoals Erikson en Bolby ontwikkelden belangrijke theorieën op het gebied van de ontwikkelingspsychologie, zoals de ontwikkelingsfasen van de mens en de hechtingstheorie.

Aantal belangrijke kenmerken binnen de psychoanalyse

-Ervaringen die de mens heeft zijn subjectief.

-De mens is niet vrij om zijn gedrag te bepalen: de meeste mensen denken en handelen niet uit vrije wil, maar worden gestuurd door de laag van het onderbewustzijn.

-Mensen hebben een onderbewustzijn.

-Bewuste gedachten en dromen worden o.a. bepaald door onbewuste gedachten.

-Al ons gedrag heeft betekenis.

-De mens is een drift wezen: hij wordt geboren met onbewuste driften die naar bevrediging streven. Volgens Freud zijn er twee driften: de levens- of seksualiteitsdrift en de doods- agressiedrift.

-Ervaringen uit de eerste zes levensjaren bepalen in belangrijke mate de persoonlijkheid (karaktertrekken) van de volwassene.

-Lichamelijke klachten en afwijkend gedrag kunnen een zuiver psychische oorzaak hebben. Dit noemde hij hysterische symptomen. Bijvoorbeeld als iemand verlammingsverschijnselen heeft terwijl er lichamelijk niets aan de hand is. Er wordt dan ook wel gesproken van een conversiestoornis; dit is een psychische stoornis die wordt veroorzaakt door acute stress, ontstaan door angst of woede die de persoon niet kan verwerken. Dit kan zich uiten in verlamming van de ledematen, problemen met gezicht of gehoor, algemene vermindering van de zintuiglijke waarneming en verlies van het spraakvermogen. (Bron:woorden.org)

Het doel van psychoanalyse is om het onbewuste bewust te maken. Hierdoor krijgt de cliënt meer inzicht, overzicht en daarmee meer grip op zijn voelen, denken en handelen. Een traditionele behandeling is intensief en langdurig.

2. Behaviorisme:

Het behaviorisme is ontstaan als reactie op het subjectieve karakter van introspectie psychologie. Het is ontstaan door de Amerikanen Watson en Skinner. De doelen van deze psychologie zijn het voorspellen en controleren of beïnvloeden van gedrag. Ook wordt gezocht naar functionele verbanden tussen gedrag, gewoonten en omgeving. Er wordt hierbij gekeken naar de relatie en interactie van organisme en zijn omgeving.

Binnen deze stroming wordt een model opgesteld tussen wat de mens als prikkels ontvangt en hoe hij daar op reageert. Het richt zich op waarneembaar gedrag en is minder gericht op geestelijke en psychische activiteit.

Aantal belangrijke uitgangspunten binnen het behaviorisme:

- Objectiviteit staat centraal, er wordt alleen gekeken naar het waarneembare gedrag van mensen en dieren

- De mens leert zijn gedrag in de loop van zijn leven en voor een groot deel door conditionering en door te imiteren. Zo wordt probleemgedrag gezien als foutief aangeleerd gedrag

- Er is continuïteit (ononderbroken samenhang) tussen het gedrag van dieren en mensen

- Mensen komen als tabula rasa (onbeschreven blad) ter wereld

- Al het gedrag wordt aangeleerd

- Leerprocessen staan centraal bij het ontstaan van gedrag; vanuit deze visie is de mens dus behoorlijk maakbaar

- Niet met het bio-psychosociale model te verbinden, omdat de erfelijke aanleg afgewezen wordt

- Het “Pavlov effect” komt vanuit het behaviorisme. Hierbij is er bewust of onbewust een anker ontstaan; Externe prikkels brengen een specifieke interne ervaring of reactie op gang. Iwan Pavlov ontdekte dit tijdens een onderzoek met honden. De honden gingen al kwijlen als ze bepaalde geluiden hoorden die er op duidden dat ze te eten kregen. Ander voorbeeld: een kind is ooit gebeten door een hond en heeft de link gemaakt dat iedere hond gevaarlijk is. Bij het zien van een hond ontstaat vervolgens meteen een reactie van angst, ook als het een lieve hond is. Dit is een vorm van “geconditioneerde angst”. Veel gevoelsmatige reacties hebben we op deze manier aangeleerd.  Fobieën zijn ook regelmatig op deze wijze ontstaan. De negatieve koppeling kan ook weer worden afgeleerd (systematische desensitisatie).

3. Humanistische psychologie:

Dit was een reactie op het behaviorisme en de psychoanalyse. De beweging is opgericht door Carl R. Rogers en Abraham H. Maslow ( en rond de helft van de 20e eeuw ontwikkeld) en houdt zich bezig met de mens als geheel ( incl. gevoel en beleving). Maslow verwerpt het streven naar wetmatigheden en gaat uit van theorieën gebaseerd op het bewustzijn en de vrije wil van de mens. Mensen zijn in staat eigen keuzen te maken wat hun leven een doel en betekenis geeft (zelfactualisatie). De humanistische psychologie heeft een positieve blik op de menselijke aard; en is gebaseerd op het positiveren van negatieve denkbeelden van mensen. Er wordt uitgegaan van het idee dat mensen een aangeboren drang hebben tot zelf-actualisering; de mens kan verder kijken dan zijn dierlijke instincten en kan creatieve of maatschappelijke activiteiten verrichten die zowel zijn welzijn als die van de maatschappij verbeteren.

Aantal belangrijke uitgangspunten binnen de humanistische psychologie

- Optimistisch mensbeeld

- Er wordt geen aandacht besteedt aan verschillen of overeenkomsten tussen dieren en mensen - Als een mens zich niet goed gedraagt, komt dit door een tekort in zijn bestaan.

- Theorieën zijn gebaseerd op onderzoek van psychisch gezonde mensen

- De mens heeft een aangeboren neiging om te groeien en heeft hiervoor liefde, veiligheid en vrijheid nodig

- De mens kan zelf richting geven aan zijn leven ( vrije wil). Je gedrag heb je zelf in de hand

- Empathie (cognitief en emotioneel)

- Ieder mens is uniek; persoon begeleiden op de weg naar zelfacceptatie en zelfactualisatie.

Door onze werkelijke behoeften en gevoelens te erkennen en accepteren, door eerlijk te zijn tegenover onzself, kunnen we authentiek leven (zinvol en doelgericht).

- de Pyramide van Maslov

- persoon laten ontdekken wat hij wil en belangrijk vindt in het leven i.p.v. te leven vanuit verwachtingen vanuit de maatschappij of andere mensen.

4. Cognitieve psychologie

Alle psychische processen die te maken hebben met zaken als begrip, kennis, herinneringen en geheugen, problemen oplossen en informatieverwerking. Het is één van de cognitie wetenschappen. De nog weinig onderzochte en complexe psychische mechanismen van het menselijk denken vormen het onderzoeksobject van deze tak in de wetenschap. Psycholoog Piaget heeft belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de cognitieve psychologie.

Aantal belangrijke uitgangspunten binnen de cognitieve psychologie:

- biologisch rijpingsproces speelt grote rol in cognitieve ontwikkeling

- bestudeert de innerlijke processen van de menselijke geest. Dit in tegenstelling tot het behaviorisme, waarbij alleen naar de invloed van factoren buiten het organisme wordt gekeken. Hierbij wordt vooral gekeken naar consequenties van stimuli op het gedrag.

- De cognitief psycholoog wil begrijpen hoe gedrag tot stand komt (en betrekt hierin de interpretatie van gebeurtenissen door de persoon), en de behaviorist kijkt vooral naar stimuli-respons schema’s om gedrag te voorspellen.

- Nadruk op bewuste informatieverwerking.

- Gedrag komt van binnenuit: er wordt o.a. onderzocht hoe gedachten het gedrag beïnvloeden.

- De cognitieve psychologie is mede groot geworden doordat er een enorme behoefte was aan een theorie waarmee begrijpelijk gemaakt kon worden hoe de mens omgaat met allerlei kennisaspecten zoals leren, onthouden en ordenen van kennis.

- Rationeel Emotieve Therapie (RET) is door de cognitieve psychologie op gang gebracht.

5. Systeemtheorie:

- Organistische visie; niet de kenmerken van een individu staan centraal, maar de kenmerken van de relaties tussen individu en omgeving. Dit in tegenstelling tot de humanistische psychologie die vooral naar het individu kijkt

- Er zijn geen eenvoudige of eenzijdige verklaringen voor gedrag. Gedrag wordt altijd door meerdere aspecten beïnvloed

- Mensen zijn actieve wezens die invloed uitoefenen op hun eigen ontwikkeling

- De systeemtheoretische werkwijze kenmerkt zich door afwisselend een onderdeel of een groter geheel in beeld te brengen

- Systeemtheoretische visie; De kenmerken van een systeem staan niet voor altijd vast. Ze veranderen als onderdelen of omgevingen veranderen. Hier werken ze bewust mee door bijvoorbeeld het systeem uit balans te brengen.

6. Biologische psychologie

De biologische psychologie houdt zich bezig met het verband tussen biologische processen en het gedrag van de mens. Bij het uitvoeren van experimenteel onderzoek van menselijke proefpersonen, analyseert men de veranderingen in fysiologische activiteit van het lichaam, als gevolg van manipulatie van bepaalde taakconditities. Deze fysiologische activiteit kan betrekking hebben op het autonome zenuwstelsel ( bijv. ademhaling, hartslag en huidgeleiding), maar ook op het centrale zenuwstelsel en de hersenen. Hierbij kan men denken aan spieractiviteit (bijv via het elektromyogram EMG) of hersenactiviteit (het elektro-encefalogram of EEG). Meer recent wordt hier ook gebruikgemaakt van hersenbeeld vormende technieken.  Plat gezegd worden er electrische troompjes doorgegeven en vinden chemische reacties plaats.

Aantal belangrijke uitgangspunten binnen de biologische psychologie:

- Zonder hersenen geen gedrag.

- Gedrag wordt verklaard vanuit interne (biologische) lichaamsfactoren, gedachten/gedrag hangt samen met biologische processen

- De mens is een optelsom van biologische deelprocessen en zijn beïnvloedbaar m.b.v. medicatie, drugs, alcohol, operaties ed.

- Voor verklaren van gedrag moet je een mens reduceren (ontrafelen) tot in de kleinste details

- Geen onderscheid tussen mens en dier

- DNA stuurt ontwikkeling en gedrag van een organisme. Onderzoek naar eeneiïge tweelingen wijst uit dat als zij in een heel ander milieu zijn opgegroeid, toch vaak eenzelfde levenshouding hebben. En ook zijn er altijd onverklaarbare verschillen in gedrag; dus ook omgevingsfactoren spelen een grote rol.

- De mens is een beschreven blad; de mens is “voorgeprogrameerd” o.a. via onze genen. Evolutionair denken valt hier onder.

- Lichaam en geest vallen samen, de geest bestaat omdat de hersenen functioneren. Er is dus geen leven na de dood.

- psychische problemen worden gezien als een verstoring in het biologisch evenwicht in het CS. Het doel van deze psychologie is het herstellen van het evenwicht door bijv. medicatie, stroomstootjes, magnetische straling, lichttherapie of slaap deprivatie.

 

Bronnen: Wikepedia, studeersnel.nl en handleiding PSBK

 
Reactie plaatsen